Weer of geen weer?

Wordt het zonnig, bewolkt, droog, regenachtig, snikheet of ijskoud?

In ons land wordt heel veel over het weer gepraat. We hebben dan ook heel afwisselend weer. De ene dag regent het pijpenstelen, de volgende dag is het veel te koud voor de tijd van het jaar en weer een dag later kun je zonder jas naar buiten.

Maar wat is weer? En hoe ontstaan wind en neerslag eigenlijk? Wat zegt een wolk over het weer? Hoe komt het dat we niet elke dag hetzelfde weer hebben? En hoe weten we wat voor weer het morgen wordt?

Op deze en andere vragen krijg je in deze verrijkingsstof antwoord. Je gaat allerlei proefjes en opdrachten doen en natuurlijk ga je zelf ook het weer onderzoeken.

 

 

Veel leerplezier!

Wat is weer?

Het weer is iets wat buiten plaatsvindt. Je kunt het voelen: warm of koud, de wind door je haren en regen uit de lucht.

Weer is iedere dag anders. Dat komt door de zon, die is lang niet altijd even sterk. En dat komt ook door de lucht in de dampkring. Die stroomt niet altijd dezelfde kant op. Soms komt de wind uit het zuiden en voert warme lucht aan. Uit het noorden komt koude lucht met de wind mee. Als het regent wordt het ook kouder, maar dat kan in de zomer juist lekker verkoelend zijn.

Kun jij de vraag hieronder beantwoorden?

Wind

Wind is lucht die beweegt. De lucht beweegt omdat de luchtdruk op aarde niet overal even hoog is. De lucht stroomt altijd van hoge luchtdruk naar lage luchtdruk. Lucht is overal om ons heen. Als de lucht stilstaat noem je het windstil, als het heel hard waait is er storm.

Lucht

Weer en lucht

Wat hebben weer en lucht met elkaar te maken? Nou, dat is heel simpel. Het weer speelt zich af in de lucht. Dus als je iets van het weer wil weten, moet je iets van lucht weten.

Lucht is overal: boven je, onder je, naast je en zelfs in je.

Probeer hier zelf een antwoord op te bedenken. Klik vervolgens op de vraag om het antwoord te krijgen.

Ballonproef

Is de lucht nu ook overal hetzelfde? Om dat uit te zoeken gaan we de lucht in ons lichaam gebruiken. We gaan namelijk een proefje doen met een ballon.

Ga als volgt te werk:

1) Pak een lege ballon en probeer de binnenkant van de ballon te bekijken.

Filmpje met uitleg

2) Blaas de ballon op. Je gaat nu dus lucht uit je lichaam in de ballon stoppen. Houd vervolgens het tuitje met je vingers dicht.

3) Laat nu het tuitje los.

Luchtdruk

Wat is luchtdruk?

Wind en luchtdruk, hoe werkt dat? In het filmpje hieronder legt weerman Peter Timofeeff duidelijk uit wat luchtdruk is en wat dit te maken heeft met wind. Daarnaast laat hij allerlei verschillende instrumenten zien die luchtdruk kunnen meten, zoals het donderglas. 

Wat het effect is van een hogedrukgebied is te zien in het filmpje 'Hogedrukgebieden'

Opdracht: Windrichting en luchtdruk

Met een windroos kun je bepalen waar de wind vandaan komt. Je kunt een windroos vinden op een kompas of onder een windhaan op bijvoorbeeld een kerk.

Met de informatie van een windroos kun je bepalen waar een hoog en waar een lagedrukgebied ligt. Ga daarvoor als volgt te werk:

  1. Ga buiten staan op een plek waar de wind goed te voelen is.
  2. Bepaal van welke kant de wind komt met een windroos.
  3. Ga met je de rug naar de wind toe staan.
  4. Waar is de luchtdruk laag en waar is de luchtdruk hoog? (Hoe dit werkt, is te lezen in de volgende paragraaf 'Draaien van de wind') 
  5. Vergelijk de gegevens met een weerkaartje uit de krant van vandaag waar ook de lage en hoge luchtdrukgebieden op staan.

Klopt het een beetje met wat je had bepaald?

 

Draaien van de wind

Noord en zuid

Doordat de aarde draait, waait de wind in werkelijkheid rond een hoge en een lage luchtdruk. Op het noordelijk halfrond waait de wind tegen de wijzers van de klok in rond een lage luchtdruk, en met de wijzers van de klok mee rond een hoge luchtdruk. Op het zuidelijk halfrond is dat precies andersom. Kijk maar eens naar de twee afbeeldingen in de rechterkolom om het verschil te zien.

Dit verschil komt door het draaien van de aarde. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe dat werkt.

Opdracht: drukgebieden

Neerslag

Wolken zijn gemaakt van waterdruppels. Warme lucht stijgt op en koelt af; de waterdamp in die lucht verandert daardoor in water. Als de waterdruppels klein zijn, wegen ze niet veel en blijven ze zweven.

Maar als er heel veel warme lucht opstijgt, gaan de druppels aan elkaar vastzitten. Ze worden groter en zwaarder en vallen naar beneden. Dan gaat het regenen! Soms zijn de waterdruppels zó koud dat ze in de lucht bevriezen. Als de wolk dan te zwaar wordt, gaat het sneeuwen of hagelen.

Al het water dat uit de hemel valt is neerslag. Dat kan in verschillende vormen. Neerslag heeft dus te maken met wolken. Als er geen wolken zijn, kan het ook niet regenen of sneeuwen!

Waterkringloop

Wat gebeurt er met al het water dat als neerslag op de aarde terecht komt? Gelukkig blijft dat water niet op één plek. Water is altijd op reis. Die reis noemen de kringloop van water. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe die kringloop van het water werkt.

Opdracht: waterkringloop

Onweer

Onweer is bliksem en donder. Heel simpel, maar er gaan geweldige krachten mee gepaard. Bliksem is de flits en donder het geluid.

Hoe ontstaat bliksem?

Onweerswolken bevatten veel waterdruppels en ijskristallen. Die worden door de warme lucht door elkaar geslingerd. Daarbij ontstaat elektriciteit. Er is elektriciteit die van boven naar beneden komt, en elektriciteit die van beneden naar boven gaat. Op een gegeven moment raken die twee elkaar en dan kan de lading stromen van de wolk naar de aarde. Dat is de flits die je ziet.

Hoe ontstaat donder?

Donder ontstaat doordat de bliksemflits de lucht eromheen heel erg verwarmt, tot wel 30.000 graden Celsius. Door deze verhitting zet de lucht ontzettend snel uit. Dit uitzetten van de lucht geeft het harde geluid, de donder.

Hoe ver weg is het?

Als het onweer heel dichtbij is, volgt de donder direct op de bliksemflits. Maar licht en geluid hebben niet dezelfde snelheid. Licht gaat veel sneller dan geluid. Als het onweer verder weg is, zit er meer tijd tussen de bliksem (licht) en de donder (geluid).

Je kunt meten hoever het onweer bij jou vandaan is. Je moet dan tellen hoeveel seconden er zitten tussen de flits en het begin van de donder. Elke seconde die je telt, staat voor ongeveer een derde kilometer (333 meter). Zitten er drie seconden tussen de bliksem en de donder, dan is het onweer dus ongeveer een kilometer bij je vandaan. 

Temperatuur

Hoe warm of koud het is noem je temperatuur. De temperatuur wordt in de eerste plaats bepaald door de zon. De zon straalt heel veel warmte uit. Een deel daarvan komt op de aarde terecht en blijft in de dampkring rondom de aarde hangen. De wind en het water verspreiden de warmte over de planeet.

Verschillen

In Spanje is het warmer dan in Nederland. Hoe kan dat?

Spanje ligt dichter bij de evenaar. De zon staat recht boven de evenaar. Een grote hoeveelheid zonnestraling bereikt een klein stukje van het aardoppervlak. Deze krachtige bundel zonnestraling zorgt voor een hoge temperatuur. Verder van de evenaar schijnt de zon schuin op de aarde. Dezelfde hoeveelheid straling verwarmt een groter aardoppervlak. Daardoor blijft de temperatuur daar lager.

Hoog en laag

Er zijn grote verschillen in de temperatuur op aarde. De hoogste temperatuur ooit gemeten op aarde is gemeten in de Sahelwoestijn in Libië. Op de Zuidpool is de laagste temperatuur ooit gemeten.

Wat denk jij dat deze temperaturen zijn geweest? Kies jouw antwoord en laat je verbazen.

Proefjes

Probeer op een half bewolkte dag met niet al te veel wind de volgende proefjes te doen.

In de schaduw

De omgeving voelt heel verschillend aan als je in de zon of in de schaduw staat. Op een half bewolkte dag merk je dit regelmatig als een wolk voor de zon schuift en als de zon weer tevoorschijn komt. Je kunt dit effect ook merken als je vanaf een zonnige locatie in de schaduw van een gebouw stapt.

Ga naar buiten en beschrijf hoe de omgeving aanvoelt als je in de zon staat en als je in de schaduw staat.

Je kunt dit nog sterker ervaren door geblinddoekt buiten te gaan staan.

Wolken voelen

Aan de temperatuur kun je goed voelen of je in de schaduw van een wolk of in de volle zon staat. Maar kun je ook voelen dat de schaduw van een wolk er aankomt? Ga als volgt te werk:

  1. Ga in de zon staan en wacht tot er een wolk met zijn schaduw aankomt.
  2. Let goed op wat je voelt veranderen vlak voordat de schaduw bij jou gekomen is.

Weer voorspellen

Hoe doen ze het?

Professionele weermannen en -vrouwen zijn elke dag bezig met het bijhouden van het weer. Wat zij doen en hoe zij dat doen is te zien in het volgende filmpje. ( Het deel dat over het weer gaat, begint op 5:20 minuten)

Word zelf weerman/ vrouw

Met de volgende informatie kun je zelf een echte weerman of weervrouw worden.

Eerst leer je iets over weerinstrumenten. Vervolgens ga je een aantal opdrachten maken om te ervaren hoe het weer verandert. Als laatste kun je zelf proberen een voorspelling te doen van het weer.

Weerinstrumenten

Het Museon heeft allerlei weerinstrumenten in zijn collectie. Sommige van deze instrumenten zijn heel oud en worden tegenwoordig niet meer gebruikt. Maar er zijn ook instrumenten bij die nog steeds gebruikt worden. In de volgende oefening zijn een paar van deze instrumenten te zien.

De onderstaande afbeeldingen tonen weerinstrumenten uit de collectie van het Museon. Wat meten de instrumenten? Sleep het instrument naar het goede vakje.

Zelf aan de slag

Je kunt weerinstrumenten kopen om het weer te meten. Een andere optie is echter veel leuker: bouw ze zelf!

Hiernaast vind je zes links naar een beschijving of filmpje. Hierin wordt steeds beschreven hoe je het specifieke weerinstrument zelf kunt maken.

Weersverandering

Hoe verandert het weer gedurende een langere periode? 

Er valt veel te leren van het weer door het gedurende een langere periode te volgen. De volgende opdracht is dan ook om het weer van de komende periode nauwkeurig te gaan volgen.

Je kunt alleen of in groepjes het weer van de komende weken gaan volgen. Je kunt hiervoor het vraagformulier gebruiken dat in de rechterkolom staat. 

Vul gedurende twee weken elke dag even kort het vraagformulier in en verwerk de uitkomsten in een schema. Hierdoor worden de weersveranderingen goed zichtbaar. Door deze activiteit leer je ook meer over de verschillende type wolken.

 

Tip: Meet steeds op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek, anders zijn je waarnemingen niet nauwkeurig.

 

Weersverwachtingen

Komt de weersverwachting uit?

In de kranten, op de radio en op tv is elke dag te horen wat het weer voor de komende tijd is. Maar kloppen deze verwachtingen nu?

Voor deze opdracht moet je de verwachtingen voor de aankomende periode opschrijven. Noteer de temperatuur overdag en ’s nachts, de windrichting en het weertype. Om goed te bepalen of de verwachting vaak uitkomt of niet, zou dit tenminste vijf weken moeten gebeuren.

Je kunt bijvoorbeeld de weersverwachtingen thuis op de televisie (of b.v. teletekst) bijhouden. Kijk vervolgens op de dag zelf, bijvoorbeeld bij het avondnieuws, wat het weer nu echt geweest is.

Hoe vaak komt een weersvoorspelling uit?

Veranderende verwachtigingen.

Kijk ook eens of de weersverwachtingen voor een bepaalde dag in de loop van de tijd veranderen. Kies hiervoor een dag en kijk in de voorgaande dagen wat het weerbericht voorspelt voor het weer van die dag.

Wat zie je gebeuren naarmate het weerbericht dichter bij de gekozen dag komt? Als het goed is, is het weerbericht van de dag ervoor of op de dag zelf het nauwkeurigst. Dat komt omdat het blijft lastig om alles precies te voorspellen, want niets is zo veranderlijk als het weer!

Zelf een voorspelling doen

Als je alle opdrachten hiervoor gedaan hebben dan ben je al behoorlijk thuis in het weer. Tijd om zelf een weersvoorspelling te doen!

Schrijf op wat jij denkt dat het weer voor de komende drie dagen wordt. Doe dit aan de hand van informatie van het weer van de afgelopen dagen. Vergelijk na drie dagen jouw voorspelling met die van je klasgenoten.

Wie heeft uiteindelijk de beste voorspelling en mag zichzelf de weerman/vrouw van de klas noemen?

Docentenhandleiding

Weer of geen weer?

Doelgroep

Basisonderwijs, groep 5, 6 en 7.

Leerstofgebied

Deze les beslaat onderdelen van de volgende kerndoelen:

- Natuur en techniek 43

Werkvorm

Leerlingen kunnen alleen of in tweetallen aan deze les werken.

Duur

45 minuten (de verschillende opdrachtjes kunnen langer duren omdat ze over verschillende dagen verspreid moeten worden)

Doel van de opdracht

De opdracht is een onderzoek naar het weer. Wordt het zonnig, bewolkt, droog, regenachtig, snikheet of ijskoud? In ons land wordt heel veel over het weer gepraat. Maar wat is weer en hoe kun je het weer voorspellen? In deze verrijkingsstof maken de leerlingen kennis met de verschillende weerelementen en gaan ze zelf het weer leren voorspellen door middel van opdrachten en proefjes.

Vereiste voorkennis

Geen. Sommige onderdelen zullen als moeilijk ervaren worden en daardoor meer geschikt zijn voor de leerling die het normale schoolwerk als makkelijk ervaart.

Voorbereiding

- De leerkracht moet de opdracht zelf ook hebben doorgewerkt om, indien nodig, de werking van de opdrachten en de lesinhoud aan de leerlingen te kunnen verduidelijken.

- Het is nuttig van tevoren te bekijken of de internetverbinding snel genoeg is en of de filmpjes op YouTube (nog) werken. Neem indien nodig contact op met de ICT-verantwoordelijke van uw school.

 - Voordat de leerling aan deze les begint is het aan te bevelen dat de docent zich voorbereidt en dus weet hoe de les werkt en dat hij /zij met de leerling bespreekt wat hij /zij van hen verwacht aan het eind van de les.

- De opdrachten over het weer zelf voorspellen nemen redelijk wat tijd in beslag. Er wordt gevraagd aan de leerlingen om gedurende twee weken elke dag het weer bij te houden. Deze opdracht past dan ook beter in een projectvorm over het weer, dan als losse opdracht binnen deze verrijkingsstof.

Zonneschijn
Regen

Schaal van Beaufort

Windkracht wordt gemeten in de schaal van Beaufort. Hieronder zie je wat welke windkracht betekent.

0   Stil
1   Flauw en stil
2   Flauwe koelte
3   Lichte koelte
4   Matige koelte
5   Frisse bries
6   Matige wind
7   Harde wind
8   Stormachtig
9   Storm
10 Zware storm
11 Zeer zware storm
12 Orkaan

Benodigdheden Ballonproef:

  • Iemand die hard kan blazen
  • Een ballon
Drukgebieden op een weerkaart

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Windroos
Lagedrukgebied noordelijk halfrond
Lagedrukgebied zuidelijk halfrond

Extra informatie

Wil je meer informatie over verschillende soorten neerslag? Dat kan. Hieronder vind je namelijk twee links naar filmpjes die je uitleg geven over het ontstaan van regen en van sneeuw.

Links naar de filmpjes

Klik op de afbeelding om een grote versie van de waterkringloop te zien.

Waterkringloop
Onweerswolk
Bliksem
Zonnestralen op het aardoppervlak
Half bewolkte dag met stapelwolken

Informatie over de weerinstrumenten

Donderglas

Barograaf

Hygrometer

Thermograaf

Psychrometer

Thermometer

Via deze link kun je het vraagformulier downloaden om te gebruiken bij de opdracht over weersverandering.

Kijk hier voor de actuele weersverwachting van vandaag.

De weersverwachtingen

Weerbericht op tv
Weerbericht in de krant